KiesKraamzorg

Kraamtijd

Hoeveel uur kraamzorg? LIP-indicatie

Je krijgt minimaal 24 en maximaal 80 uur kraamzorg. Het LIP bepaalt de indicatie; standaard is 49 uur bij borstvoeding.

Redactie KiesKraamzorg, Redactie · 15 oktober 2026

“Hoeveel uur kraamzorg krijg ik?” is een van de eerste vragen na de termijnecho. Het antwoord is geen vast pakket, maar een indicatie. Die volgt het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP) — en wordt ná de bevalling pas definitief.

De wettelijke bandbreedte: 24 tot 80 uur

Zorginstituut Nederland is helder: je hebt recht op minimaal 24 uur en maximaal 80 uur kraamzorg. Zilveren Kruis, ONVZ, VvAA en andere verzekeraars hanteren dezelfde bandbreedte in hun vergoedingen voor 2026.

Die uren worden in principe verspreid over de eerste dagen thuis. In de wet staat dat moeder en kind tot zes weken na de bevalling recht hebben op kraamzorg. In de praktijk krijg je zorg tot en met dag 8, soms tot en met dag 10. Langer kan in specifieke situaties, als de verloskundige dat in overleg met de kraamverzorgende nodig vindt.

Sinds 1 januari 2024 kan in uitzonderingssituaties de zorg tot maximaal zes weken worden verlengd. De KNOV beschrijft dat dit alleen geldt bij een zeer kwetsbare situatie, gemotiveerd afwijkend van het LIP, in overleg met organisatie en zorgverzekeraar.

Wat is het Landelijk Indicatieprotocol (LIP)?

Het LIP is in 2005 vastgesteld door onder meer BTN, Z-org, STING, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de KNOV, en is sinds 2007 landelijk in gebruik. Verloskundigen, intakers, kraamzorgaanbieders en verzekeraars gebruiken hetzelfde protocol. Daardoor is de indicatie niet afhankelijk van “wat het bureau toevallig overheeft”, maar van afgesproken criteria.

Het protocol maakt onderscheid tussen partusassistentie (tijdens de bevalling) en kraamzorg (daarna). Op medische gronden kan de verloskundige tot herindicatie besluiten.

Zorginstituut Nederland verwijst voor de details naar het LIP en naar het addendum van brancheorganisatie Bo Geboortezorg over de duur van de zorg.

Standaardindicatie: 49 of 45 uur

In het rapport Verschillen in kraamzorggebruik (Zorginstituut Nederland, 26 maart 2026) staat hoe het LIP in de praktijk wordt gelezen:

  • een standaardindicatie is 49 uur, verdeeld over 8 dagen, bij borstvoeding
  • bij kunstvoeding is de standaardindicatie 45 uur
  • 24 uur verdeeld over 8 dagen is het absolute minimum om zorg van minimale kwaliteit te bieden
  • de omvang kan op basis van zorgbehoefte omhoog tot maximaal 80 uur

Die 49 of 45 uur is dus geen belofte, maar het startpunt. Jouw intake geeft een schatting; de uren ná de bevalling kunnen hoger of lager uitvallen.

Welke factoren tellen mee?

Zorginstituut Nederland noemt onder meer:

  • zijn moeder en baby tijdens of na de bevalling in het ziekenhuis opgenomen?
  • krijgt de baby borstvoeding?
  • zijn er complicaties bij moeder of baby?

Andere omstandigheden die in het LIP een rol spelen — zonder dat we extra uren verzinnen die we niet in de publieke samenvattingen terugvinden — zijn medische en sociale zorgbehoefte. Denk aan meerlingen, vroeggeboorte, of een thuissituatie die extra begeleiding vraagt. De verloskundige weegt dat; jij kunt het aankaarten.

Krijg je ná de start van de zorg extra problemen (bijvoorbeeld een ziekenhuisopname in het kraambed, of voeding die niet op gang komt), dan volgt een herindicatie. De KNOV onderscheidt een eerste herindicatie bij de start van de zorg en volgende herindicaties als het kraambed verandert.

Wanneer worden de uren definitief?

Twee momenten:

  1. Intake (ongeveer twee maanden voor de bevalling): schatting.
  2. Direct na de bevalling: kraamverzorgende en verloskundige stellen samen vast hoeveel uur je krijgt.

OHRA beschrijft hetzelfde: tijdens de intake kijken ze hoeveel uur je nodig hebt (24–80, verdeeld over maximaal 6 weken). Na de bevalling kan meer zorg nodig zijn; je arts of verloskundige vraagt extra zorg aan als dat nodig is.

Beval je in het ziekenhuis of een geboortecentrum, dan gaan de thuisuren in ná thuiskomst. Voor ligdagen in een geboorte- of kraamcentrum brengt Zilveren Kruis maximaal 8 uur kraamzorg per ligdag in rekening, met recht op maximaal 4 ligdagen. De resterende geïndiceerde uren zijn dan kraamzorg thuis. Ook op die ligdag-uren geldt de wettelijke eigen bijdrage van € 5,70 per uur.

Partusassistentie telt apart

De aanwezigheid van de kraamverzorgende tijdens de bevalling is partusassistentie. Die duurt tot twee uur na de geboorte van de placenta en heeft geen eigen bijdrage. Die uren zijn niet hetzelfde als je kraambed-uren. Vraag bij de intake hoe jouw bureau partusassistentie plant — vooral bij een thuisbevalling.

Tekorten: minder uren dan geïndiceerd

Zorginstituut Nederland waarschuwt: door een tekort aan kraamverzorgenden kan het voorkomen dat je minder uren krijgt dan in eerste instantie is vastgesteld. Dat staat los van het LIP: de indicatie blijft, de bezetting niet.

Als dat gebeurt:

  • vraag om een schriftelijke toelichting (geïndiceerde versus geleverde uren)
  • overleg of uren later in de eerste week alsnog ingepland kunnen worden (binnen de wettelijke termijn)
  • schakel je verloskundige in bij een medische reden voor extra zorg

Schrijf je tijdig in — Kraamzorg aanvragen: wanneer en hoe? — zodat de planning jou kent vóór de piek in de regio.

Wat betekent dit voor de kosten?

Je betaalt € 5,70 per uur eigen bijdrage over de geleverde thuisuren, niet over het theoretische maximum. Bij 24 uur is dat € 136,80; bij 49 uur € 279,30; bij 80 uur € 456,00. Details en bronnen: Kosten kraamzorg 2026: eigen bijdrage.

Minder uren door tekort betekent dus ook een lagere eigen bijdrage — maar niet de zorg die het protocol nodig achtte. Dat is een kwaliteitsprobleem, geen voordeel.

Hoe bereid je het gesprek voor?

Noteer voor de intake:

  • voedingswens (borst, fles, combinatie)
  • eerdere bevallingen en herstel
  • andere kinderen thuis
  • taal, cultuur of religie waar de zorg rekening mee moet houden
  • of je partusassistentie wilt bij een thuisbevalling

Vraag na afloop om de geschatte uren op papier of in het cliëntenportaal. Na de bevalling: vraag hoe de herindicatie is vastgelegd.

Veelgestelde vragen

Hoeveel uur kraamzorg is standaard?

Volgens het Zorginstituut (rapport 2026, verwijzend naar het LIP): 49 uur bij borstvoeding, 45 uur bij kunstvoeding, over 8 dagen. Jouw uren liggen tussen 24 en 80.

Wie bepaalt het aantal uur?

Na de bevalling: kraamverzorgende samen met de verloskundige, op basis van het LIP. De intake geeft alleen een schatting.

Kan ik meer dan 80 uur krijgen?

Het maximum in de aanspraak is 80 uur. Verlenging in de tijd (meer dagen, tot zes weken) kan in uitzonderingssituaties; dat is iets anders dan meer dan 80 uur.

Krijg ik minder uur als ik in het ziekenhuis heb gelegen?

Opname telt mee in de indicatie. Uren in het ziekenhuis met medische indicatie lopen anders; thuis wordt opnieuw geïndiceerd. Ligdagen in een geboortecentrum: bij Zilveren Kruis max. 8 uur per ligdag, max. 4 ligdagen, rest thuis.

Wat als ik minder uur krijg door personeelstekort?

Dat erkent het Zorginstituut. Bespreek herplanning en herindicatie. Kies tijdig een bureau via /zoeken en lees Kraamzorgbureau kiezen: waar let je op? om beschikbaarheid mee te wegen.

Verder lezen